Een stad wordt in de greep gehouden door een serie
aangestoken branden. In de kranten worden de bange burgers gewaarschuwd
over de manier waarop de brandstichters te werk gaan: vermomd als daklozen
bellen ze aan bij naïeve burgers, met het verzoek tot tijdelijk onderdak.
Kort daarop vliegt het huis in brand.
Het burgermannetje Biedermann, fabrikant in haarlotions, is de vleesgeworden
roep om orde en veiligheid. Mopperend en klagend over de regering, die
maar niet in staat is de brave burger te beschermen tegen een stelletje
brandstichters. Maar als op een avond twee arme sloebers aan zijn voordeur
staan, laat hij zich als een mak schaap intimideren. Al snel blijken zij
de gezochte brandstichters te zijn. Uit pure overlevingsdrang en in de
hoop van hun wraak verschoond te blijven, houdt Biedermann zijn mond en
wordt zo handlanger van het kwaad. Door zijn angst ontloopt hij zijn verantwoordelijkheid
en brengt daarmee zichzelf en zijn omgeving in gevaar.
NRC Handelsblad, 11 oktober 2006, Kester Freriks
Burger haalt terroristen in huis
Niemand kent de brave, godvrezende burger Biedermann beter dan zijn anarchistische tegenstanders. Een stel pyromanen presenteert zich als eenzame daklozen. Zij bespelen de sentimenten van de rijke zakenman Gottlieb Biedermann. Ondertussen beseft Biedermann niet dat zijn huis op de lijst staat om in brand gestoken te worden.De Zwitserse auteur Max Frisch schreef met het stuk Biedermann en deBrandstichters (1958) een moraliteit in de traditie van Brecht. Hij werkt met overduidelijke symbolen, zoals de steenrijke burger jegens de losgeslagen jongelui die geen ander doel hebben dan de veilige huizen waarin de burgers zich opsluiten te vernietigen. Zelf noemt hij zijn stuk 'een leerstuk zonder leer'.
Bij Theatergroep Het Vervolg uit Maastricht biedt gastregisseur Arie de Mol volop leerstelligheden in zijn scherp gesneden, komische enscenering. De toeschouwers zitten aan weerskanten van een doorzichtig decor. Beneden tronen Biedermann en zijn vrouw.
De brandstichters slepen explosieve vaten met benzine naar zolder.
Ze bereiden hun coup voor terwijl Biedermann zich welbewust blind houdt. De politie zoekt ook hem. Hij ontsloeg een werknemer, die zelfmoord pleegde,
en zijn vrouw komt met twee bloedjes van kinderen verhaal halen.
De onschuldige is niet zo schuldeloos als het lijkt.Biedermann denkt dat met vriendschap en verdoezeling het gevaar is te keren.
Dat is de onverbiddelijke boodschap van Frisch, die zijn metafoor van de goedbedoelde machteloosheid voorziet van scherpe, satirische terzijdes. ,,Wee ons, wee ons burgers! Waarheen?" zijn niet voor niets de laatste woorden van dit politieke drama.
Hans Trentelman als Biedermann en Peggy Vrijens als zijn
vrouw Babette tonen de mengeling van angst, onzekerheid en ook superioriteit van de heersende klasse.Indringers Martijn van der Veen en Roos ten Hooven zetten de juiste toon met een mengeling van agressie en stroperige charme. Biedermann bezwijkt, niet in de laatste plaats omdat hij ondanks zijn hardheid compassie voelt voor de weduwe van zijn ontslagen arbeider. Martin de Smet vertolkt als de weduwe de trait d'union tussen beide werelden: zowel geslagen en bang als opstandig jegens de bezittende klasse.Hoewel Het Vervolg met Biederman en de Brandstichters niet welbewust een doorwrocht politiek statement wil maken - daarvoor is de toon gelukkig licht en komisch -raakt de voorstelling toch aan de wezenlijke maatschappelijke thema's van deze tijd. Angst voor terreur, voor ongewenste gasten, en de angst voor bedreiging van de orde door onzichtbare machten, heersen evenzeer nu als een halve eeuw geleden. Het engagement is terug in de maatschappij en in het theater.
Kester Freriks
De Observant, 12 oktober 2006, Hans Philipsen
Burger waarheen?
Met grote vreugde deel ik u mede dat de Tijdgeest er in heeft bewilligd dat er weer een stuk van Max Frisch mag worden opgevoerd. Even vreugdevol is het besluit de opdracht te gunnen aan toneelgezelschap Het Vervolg, gevestigd in het Maastrichtse Derlon Theater. Biedermann en de Brandstichters heet het stuk uit 1958. Een farce, een tragische komedie of volgens Frisch zelf een leerstuk zonder les. Biedermann is de welgedane spitsburger. Die nooit zegt wat hij doet. Hij roemt zijn werknemer Knechtling, maar ontslaat hem naar het hem goeddunkt. Die nooit doet wat hij zegt. Hij wil dat de autoriteiten streng optreden tegen het schorriemorrie dat overal branden sticht. Zelf laat hij de boeven zijn huis binnen en overhandigt hen – om de vrede te bewaren – de lucifers die zijn einde betekenen. Ondertussen waken de brandweer en de politie. Zij maken uitgebreid notities, maar zien en ruiken niets.
Frisch toont een wereld die ons bekend voorkomt. Alleen zeggen wij dat het ttypisch Nederlands is om de dingen op zijn beloop te laten. En dat het steeds erger wordt. Nee dus. Altijd en overal ligt de gedragslijn – niet mee bemoeien, maak het niet erger – in hinderlaag. Waarom was het stuk van Max Frisch een tijd uit de mode? Misschien omdat daarin het menselijk tekort vooral in de samenleving wortelt. In de tachtiger e negentiger jaren vormde het individuele menselijk bestaan als zodanig het tekort. Dat maakt nog neerslachtiger, leidt tot vrolijk absurdisme of voert ons het vaak vergeefse pad van de zelfontplooiing op. De sociaal-politieke visie op de kwetsbaarheid van het bestaan is weer terug. En Frisch kan weer. Met alle registers open als farce gespeeld door Het Vervolg. Daar heb ik van genoten. Hooguit is brandstichting gedateerd, nu we met ons mobieltje de boel kunnen opblazen.
Hans Philipsen
Dagblad De Limburger / Limburgs Dagblad, 2 oktober 2006, Jos Prop
Het Vervolg toont beste kant met vijftig jaar oude farce
De gezongen moraal gaat aan het stuk vooraf. Zij wordt ons met verbeten koppen, felle blikken en krachtige stemmen ingepeperd door de actrices Peggy Vrijens en Roos ten Hooven in het Joodse ghetto-lied ‘Es brennt’: Blijf niet met je handen over elkaar staan als de stad in brand staat, maar doe iets! Een confronterende opening!
Deze hartenkreet staat haaks op het gedrag van hoofdpersoon Biedermann. Hij blijft ziende blind en horende doof voor de werkelijkheid dat de brandstichters die de stand al een hele tijd teisteren, nu op zijn eigen zolder een nieuwe brand aan het voorbereiden zijn. Zijn angst dwingt hem zo vriendschappelijk mogelijk met de misdadigers om te gaan, in de hoop gevrijwaard te blijven van persoonlijke rampspoed. Dit gegeven is vooral op het niveau van de tekst op een prachtige manier in tegenstelling geconstrueerd. Biedermann zegt namelijk niet wat hij denkt (dat hij bang is) en doet niet wat hij zegt (de brandstichters zijn huis uit zetten). Daartegenover zeggen de beide pyromanen gewoon alles wat ze denken en doen dat dan ook, onder het motto: de waarheid is de beste camouflage. Het logische gevolg van dit talige contrast is de omkering van de dagelijkse werkelijkheid waarin het echtpaar Biedermann zich in eigen huis onderwerpt aan de indringers. Deze aanpassing bereikt zijn hoogtepunt wanneer Biedermann de tafel (voor wat later het laatste avondmaal blijkt te zijn) niet dekt met gebruikelijke chique borden en bestek om de brandstichters maar vooral niet voor het hoofd te stoten. Maar die herstellen de oude orde, door een rijk gedekte dis te eisen die past bij het status van het echtpaar, in plaats van de kale boel te accepteren die de huiseigenaar hen voorschotelt.
Het Vervolg laat zich met deze voorstelling van zijn beste kant zien. Regisseur Arie de Mol heeft de vijftig jaar oude farce volledig uitgebuit. Hij hoeft de overdrijving niet uit weg te gaan omdat hij over een spelersgroep beschikt die het talent bezit om door de clowneske uitvergrotingen heen de pijnlijke uitroeptekens zichtbaar te houden. Hans Trentelman is een onnavolgbare Biedermann. In zijn te hoog opgetrokken pantalon, met zijn tekort gestikte stopdas en zijn 1954-kapsel kijkt hij angstig en afwachtend vanonder zijn wenkbrauwen door naar de nieuwe heersers over zijn leven. En in het spel van zijn afhankelijke echtgenote legt Peggy Vrijens alle nuances van stil verzet en incasseringsvermogen die ze in huis heeft. En dat is een verrukkelijk rijk scala. “Deze brand veranderde helemaal niets”, zegt het koor (waarvan de functie overigens nogal diffuus blijft) aan het slot. Waar heb ik dit politieke citaat onlangs meer gehoord? Met hoeveel schlemielige Biedermannetjes leven we in dit land?
Jos Prop
Trouw, 4 oktober 2006, Hans Oranje
Angst en terreur in tragische komedie van Max Frisch
“Wee ons, wee ons! Burger, waarheen?” Actueler kan bijna niet, maar deze slotwoorden stammen uit het stuk van de Zwitser Max Frisch uit 1958, bijna een halve eeuw geleden: “Biedermann und die Brandstifter”. Samen met zijn landgenoot Friedrich Dürrenmatt vormt hij een koppel van twee toneelschrijvers die een apart genre vertegenwoordigen van de toneelliteratuur van de vorige eeuw.
Hun personages brengen ze in absurde situaties, maar zij zijn geen absurdisten als Ionesco of Beckett. In de jaren tachtig en negentig werd hun werk nogal oubollig gevonden en weinig gespeeld. Maar de laatste jaren keren ze weer ijzersterk terug in het repertoire. Zo speelde Toneelgroep De Appel vorig jaar van Dürrenmatt “Het bezoek van de oude dam”in een bewerking van Gerard Jan Rijnders. Een oude vrouw keert terug naar haar stad en belooft miljarden op voorwaarde dat haar vroegere minnaar door de verzamelde gemeenteambtenaren wordt omgebracht.
In “Biedermann en de Brandstichters” wordt een stad geteisterd door pyromanen. De fabrikant van haarlotions, Gottlieb Biedermann windt zich erover op dat de gemeente de brandstichters niet kan stoppen. Maar als ze voor onderdak bij hem aankloppen, laat hij ze binnen en ziet, al grapjes makend, hoe ze de vaten benzine naar de zolder brengen en de lonten aanleggen.
Beide stukken zijn politieke moraliteiten, Het zijn beschamende verhalen over ons, niet in staat tot een greintje heroïsch temperament om het tij van angst en terreur te keren.
Gastregisseur Arie de Mol koos voor “de brandstichters”, voor een hilarisch-komische enscenering, waarin Hans Trentelman weliswaar de bange, brave burger is, maar tegelijkertijd een keiharde werkgever die zijn trouwe employé Knechtling bruut ontslaat en zo de dood indrijft. Martin de Smet is schitterend als diens weduwe. De twee daklozen, Martijn van der veen en Roos ten Hooven, zijn onthutsend genadeloos in de manier waarop ze Biedermann naar hun pijpen laten dansen. In hoeverre redt een hilarische aanpak als deze een toneeltekst die, hoe je het ook wendt of keert, tijdgebonden is? Het absurdisme van Frisch en Dürrenmatt is grappig, maar staat een flink eind van ons af. Soms lijkt het of per saldo alleen de oude Grieken en Shakespeare toneelteksten voor de eeuwigheid schreven. Maar het is knap dat Het Vervolg met een veel gedateerder tekst als “Biedermann en de Brandstichters”zijn publiek niet alleen weet te vermaken, maar ook tot groot enthousiasme te brengen
Hans Oranje
de Volkskrant, 3 oktober 2006, Hein Janssen
Dreiging raakt zoekt in profetische satire over angst burgerman
Het toneelstuk Biedermann en de brandstichters van Max Frisch, geschreven in 1958, blijkt behoorlijk profetisch te zijn. Het is zo van toepassing op deze tijd dat het bijna lijkt of het pas geleden als moderne parabel is geschreven. De angst voor het vreemde, de kleinburger die in paniek raakt maar niets onderneemt, het ontzag voor het gezag, en uiteindelijk de grote brand die alles verwoest -het zit er allemaal in, vermomd als een absurde komedie. Het stuk - dat eindelijk weer eens gespeeld wordt, in dit geval door Theatergroep Het Vervolg in Maastricht - is even geruststellend als verontrustend. Geruststellend, omdat Frisch aantoont dat de angst voor het onbekende van alle tijden is. Of het nu, zoals in zijn stuk, om een stelletje pyromanen gaat, of om de raddraaiers van nu - variërend van lamlendig straattuig tot religieuze fanatici.
Verontrustend is het stuk ook, omdat het zo vlijmscherp laat zien dat de mens nooit verlost zal worden van die angst. Mochten de brandstichters van nu ooit geëmancipeerd raken, dan staan er wel weer een anderen op de stoep die de mensheid willen vernietigen.
De titelfiguur uit Biedermann en de brandstichters is een typische vertegenwoordiger van de middenklasse, in dit geval een handelaar in haarwater. De stad waar hij woont wordt geteisterd door een bende brandstichters, die op onverwachte momenten genadeloos toeslaat. De burgers van de stad zijn in de greep van de angst, aangemoedigd door de krant en door elkaar - een mediahype zou zoiets nu genoemd worden.
Antiheld Biedermann - als personage een soort mengeling van de sigarenboer op de hoek en een politicus als Hans Janmaat - gaat ook voor de bijl. Hij verleent bibberend van de zenuwen onderdak aan twee landlopers van wie iedereen natuurlijk van te voren al weet dat zij de brandstichters zijn.
In deze satire met buitengewoon komische trekjes laat Frisch de ramp zich stapje voor stapje voltrekken
In regie van Arie de Mol, vooral bekend van zijn eigen theatergroep Els Inc, heeft Het Vervolg met name de kluchtige kant van het stuk serieus genomen. Er wordt in een benauwend decor in sneltreinvaart gespeeld, en dat gaat hier en daar ten koste van de inhoud. De dreiging die toch onmiskenbaar onderdeel van de voorstelling moet zijn, is daardoor nauwelijks voelbaar Nu zien wij een Biedermann en zijn mallotige vrouw waarvan je van meet af weet dat het duffe sukkels zijn.
'Eigen schuld, dikke bult', denk je aan het eind als de vlammenzee aanwakkert, en dat kan toch niet echt de bedoeling zijn.Wel mooi is de manier waarop De Mol van dit stuk eigentijds volkstheater heeft gemaakt, inclusief een paar prachtige liederen van onder anderen Bertolt Brecht en Rowwen Heze, in Duitse sferen en Limburgse accenten. Dat Biedermann in zijn leunstoel dagblad De Limburger leest, legt een link naar het heden en naar de regio. In de buurt van het Derlon Theater, waar het stuk de komende weken wordt gespeeld, hebben de welgestelden van Maastricht en omstreken zich verschanst in luxe, op en top beveiligde appartementen. En toch zijn daar een paar jaar geleden nog verscheidene balkons ingestort.
Hein Janssen
TheaterCentraal.nl, 2 oktober 2006, Annet Bremen
Heerlijk lachen en glashard relativeren
“Bent u brandstichter?” “Denkt u dat ik brandstichter ben?” “Nee, nee… Dat bedoel ik niet… eh...” Het toonbeeld van een knap staaltje burgerlijkheid: grootse uitspraken… totdat de angst in eigen persoon je recht in je gezicht spuugt. Die bekrompenheid geeft Theatergroep Het Vervolg in haar voorstelling ‘Biedermann en de brandstichters’ op een absurde en hilarische wijze weer. En tussen al dat heerlijke gelach door, worden menselijke gebreken blootgelegd en komt de eigenlijke boodschap glashard aan.
In een stad volgt de ene aangestoken brand de andere op, waarbij steeds van dezelfde werkwijze sprake is. De brandstichters vermommen zich als daklozen, bellen aan bij brave burgers en vragen om onderdak. Niet veel later vliegt het huis in brand. De angst onder de mensen groeit, vooral omdat de kranten het nieuws uitkauwen en aandikken. Gottlieb Biedermann is zo’n burgerman.
Bang zeker, maar braaf en godlievend (zoals zijn naam zegt) toch minder. In het café slaat hij met zijn vuist op tafel en schreeuwt het uit dat alle brandstichters opgehangen moeten worden, maar zodra ex-worstelaar Joseph Schmitz om onderdak vraagt en de eerste hap van een dik belegde boterham doorslikt, gaat Gottlieb noodgedwongen op zijn knieën. Als Schmitz dan ook nog zijn vriendin Eva Eisenring op zolder uitnodigt en ze de boel verfraaien met benzinevaten en knallont, is het duidelijk dat Biedermann de vijand in huis heeft gehaald. Uit angst zelf slachtoffer te worden, sluit hij ogen, oren en mond, maar wordt zo zelf schuldig.
Door middel van een inventieve stellage (ontworpen door Theo Tienhooven) die de benedenverdieping en de zolder weergeeft, wordt een sterke dramatische spanning opgebouwd. Beneden probeert Biedermann zijn vrouw Babette te sussen, terwijl het publiek ziet hoe de ellende zich boven hun hoofd voltrekt. Wie overal tegelijk kijkt, wordt beloond met verrassend grappige en vaak absurde tafereeltjes die zijdelings van de hoofdscène plaatshebben. Daardoor verveelt de twee uur durende voorstelling nergens.
Het energieke speelplezier van de acteurs is daarbij ook een genot. Hans Trentelman zet een roodaanlopende en driftige Biedermann neer en laat fijnzinnig diens hulpeloosheid en ongemak zien. Schmitz (Martijn van der Veen) is een vreselijk ranzig figuur dat het woord ‘God’ er consequent amusant uitkotst en op de meest barbaarse manier een gans naar binnen werkt. Dit vormt een prachtig contrast met Peggy Vrijens, die een kokette Babette neerzet en langzaam hysterisch wordt. Ze werkt met grootse gebaren en mimiek, met een overdrevenheid die nét niet té is. Het is absoluut een feit dat alle personages stáán en dat maakt de voorstelling zeer krachtig.
Beetje bij beetje nemen de brandstichters hun plek in het huis in. Hier en daar wordt het verhaal onderbroken met commentaar van het koor op de situatie en met door de acteurs met overtuiging gezongen liederen; het geeft het stuk een relativerende dimensie. En daar willen Max Frisch (die het stuk in 1958 schreef) en regisseur Arie de Mol het publiek ook uiteindelijk hebben: relativering van de angst voor de brandstichters van deze tijd.
Als Biedermann zijn lucifers in handen laat komen van de brandstichters, geurt rook, knispert vuur en klinken barstend glas en sirenes. De burgerman valt; blind, doof en monddood zoals hij zichzelf gemaakt heeft. Het stuk van Frisch doorstaat de tand des tijds, doorstaat het fantasierijke theatermaken van Mol en komt zo tot een glasharde spiegeling van het huidige maatschappelijke klimaat.
Annet Bremen
De Telegraaf, 2 oktober 2006, Esther Kleuver
Het Vervolg houdt vuur niet brandend
Terwijl de kranten iedere dag vol staan met wereldwijde misère, steken we met z’n allen liever onze kop in het zand, dan er teveel over na te denken. Want zolang het ons niet direct raakt, waar zouden we ons dan druk om maken? Wat dat betreft is de mensheid in de loop der tijd niet veel veranderd.
Dat blijkt ook uit Biedermann en de Brandstichters (1958) van de Zitserse tneelschrijver Max Frisch. De stad waar de opportunistische Gottlieb Biedermann (Bidermann betekent letterlijk burgermannetje) woont, wordt opgeschrikt door een reeks aangestoken branden. Ondanks zijn enorme angst dat hem hetzelfde zal overkomen, biedt hij de vreemdelingen Schmitz en Eisenring toch onderdak aan op zijn zolder. Zij maken echter al snel op allerlei manieren duidelijk dat zij de brandstichters zijn en dat Biedermann hun volgende slachtoffer is. Deze wil daar lamgeslagen van angst echter niets van weten en hanteert koppig de struisvogeltechniek: “Ik wil in rust en vrede leven, verder niet”.
De voorstelling van Het Vervolg begint sterk met het theatrale lied “Es Brennt” van Mordekhay Gebirtig, prachtig gezongen door de actrices Peggy Vrijens en Roos ten Hooven.
Maar vervolgens blijkt de belofte van een kluchtige, scherpe komedie, zoals die in de flyer staat aangekondigd, niet ingelost te worden. Het lijkt erop dat regisseur Arie de Mol heeft geworsteld met met het maken van keuzes, waardoor de voorstelling qua vorm alle kanten op vliegt en blijft hangen in een vaag mengsel van drama en mislukte klucht. dat heeft ongetwijfeld ook te maken met het feit dat het nooit helemaal duidelijk is geworden met welke achterliggende gedachte Frisch deze voorstelling heeft geschreven. Sommigen beweren dat het een commentaar is op de wijze waarop de burgers destijds blindelings de opkomst van het Hilter-regime hebben geaccepteerd, terwijl anderen juist denken dat het met het communisme te maken had.
De krappe rolbezetting heeft De Mol bovendien genoodzaakt om diverse rollen op creatieve wijze in te vullen en dat komt de helderheid van het stuk niet altijd ten goede. Zo blijft onduidelijk wat de functie van de doctor in de filosofie is en is ook de opvoering van de weduwe Knechtling (behalve dan om de minder sociale kant van Biedermann te tonen) niet altijd relevant. Hans Trebntelman weet zijn rol als Biedermann nog het meest uit te buiten en ook Peggy Vrijens is sterk als zijn neurotische vrouw Babette. Martijn van der veen blijft als Schmitz teveel in de buitenkant hangen en maakt niet geloofwaardig waarom iedereen bang voor hem is. In tegenstelling tot Roos ten Hooven die bijna psychopatisch lijkt als Eisenring.
Het Vervolg weet, in tegenstelling tot de Brandstichters uit het stuk, het vuur niet brandend te houden. Jammer.
Esther Kleuver