|
Interiors
Een onheilspellend familiedrama van Woody Allen
De zestigjarige Eve, binnenhuisarchitect van beroep, geeft haar leven
met ijzeren precisie vorm. Zo creëerde zij een harmonieus thuis voor
haar echtgenoot en haar drie dochters. Alles in haar omgeving lijkt gestoffeerd
en gemeubileerd voor de eeuwigheid.Tot het gezin tijdens een ontbijt volledig
wordt overrompeld door de nuchtere aankondiging van echtgenoot Arthur
dat hij tijdelijk van Eve wenst te scheiden. De moeder dreigt een zenuwinzinking
te krijgen en de volwassen dochters weten zich geen raad. Elk van hen
gaat op haar eigen manier om met de totaal onverwachte beslissing van
hun vader en proberen hun moeder op de been te houden.

Joey ontfermt zich liefdevol over haar moeder
maar probeert de hoop op een hereniging niet aan te wakkeren. Ondertussen
krijgt ze maar geen greep op haar eigen leven. Renata, een succesvolle
dichteres, moedigt haar moeders hoop op de terugkeer van Arthur aan en
probeert krampachtig haar eigen “perfecte” huwelijk op de
rails te houden. De jongste dochter Flyn houdt zich afzijdig omdat ze
het te druk heeft met haar middelmatige televisiecarrière. Gaandeweg
ontstaan steeds meer scheuren binnen de harmonie van het gezin. Als dan
ook nog een nieuwe vrouw het gezin binnenwandelt…
Woody Allen liet zich bij het schrijven van Interiors (1978) inspireren
door het werk van Ingmar Bergman en Anton Tsjechov.
Interiors is de tweede regie van Annelore Kodde bij Theatergroep Het Vervolg.
Eerder regisseerde zij hier Lunch van Steven Berkoff. Andere regies van
haar hand zijn Eerste Bloei bij Toneelgroep Oostpool en Eichmann bij het
Nationale Toneel.

tekst: Woody Allen
regie en vertaling: Annelore Kodde
spel: Marie-Christine de Both, Nina Deuss, Paul Hoes, Joost
Horward, Hans van Leipsig, Bien de Moor en Gerdy Niehof
Speeldata in het Derlon Theater
try-outs: di 9, wo 10 en do 11 januari 2007
avant-première: vr 12 januari 2007
première: za 13 januari 2007
voorstellingen: di 16 januari t/m za 10 februari 2007 (di
t/m za)
inleidingen: 17-18-19-23-24-25-26-30-31 januari 2007 en 1-6-7-8 februari 2007(toegang gratis)
aanvang: 20.30 uur (inleiding 19.15 uur)
Woody Allen: Als klein jongetje
vond ik het leven al meer tragisch dan komisch, en zo ervaar ik het nog
steeds. Ik wilde altijd dramatische, tragische tukken schrijven, maar
mijn gave ligt meer op het komische vlak. Ik ben erachter gekomen dat
er geen verschil bestaat tussen het schrijven van tragisch of humoristisch
materiaal, omdat de levenshouding die erachter zit vrijwel gelijk is.
De een ervaart het leven als gewoon tragisch en de ander als erg tragisch.
Hij moet wel grappen maken, anders blijft alleen zelfmoord als optie over.
Zoals je begrijpt behoor ik tot de tweede groep. Het leven bestaat voor
mij uit allerlei strategieën om de ellende te doorstaan, zoals anderhalf
uur naar Fred Astaire kijken of wat aardige momenten met mijn vrouw. (bron:
De Volkskrant, Patrick van den Hanenberg 2-3-2005)
Uit de krant:
NRC Handelsblad, 18-1-2007, Kester Freriks
Interiors' scherp gezinsdrama
,,Je hebt een zieke psyche en daarbinnen heerst een zieke geest", zegt dochter Joey tegen haar moe-der Eve. Deze zin uit het toneel-stuk Interiors, naar de gelijknamige film van Woody Allen uit 1978, blijft in je gedachten steken. Het is een korte, giftige mededeling die de kern vormt van een familietragedie. De titel Interiors is dubbelzinnig. Eve is een ijzig-koele binnenhuisarchitecte die geobsedeerd is doorde perfectie van het interieur. Alles moet in stijl zijn, artistiek verantwoord, zelfs op het steriele af. Als toonbeeld van fraaie ironic plaatst decorontwerper Catharina Scholten tientallen meubelstukken van topklasse design op de speelvloer. Marie-Christine de Both als Eve dwaalt daar gevoelsarm en later op tragische wijze vereenzaamd doorheen. Met wit geschminkt gezicht, asblond haar en helwit mantelpak lijkt ze een verschijning uit een andere wereld.
Cineast Allen en in zijn voetspoor regisseuse Annelore Kodde toont met deze tekst ook het interieur, de ziel, van de personages. De tragedie wordt gedragen door personages die zowel narcistisch als
lichtelijk belachelijk zijn in hun zelfvervuldheid. In het begin wekt het gepraat door een ijdele dichteres (Bien de Moor) en haar echtgenoot (Hans van Leipsig), een mislukte schrijver, irritatie. De clichés zijn talrijk. Pas met de entree van Hans Hoes als de echtgenoot van Eve en vader van drie dochters krijgt het gezinsdrama scherpe contouren.
Marie-Christine de Both jaagt de kilheid van haar personage tot grote hoogte op. Haar tergend langzame manier van praten, de toon van gelijk hebben en de artistieke obsessie maken van haar een wezen zonder hart. Totdat haar man de echtscheiding doorzet en met een nieuwe geliefde op de proppen komt. Eve's wereld stort in. Ze heeft haar leven met design willen inrichten, zonder te beseffen dat gevoelens grillig en onbeheersbaar zijn. De Both vertolkt in een dubbelrol ook de nieuwe, super Amerikaanse geliefde van haar man. Voor dochter Joey (Nina Deuss) breekt alles in stukken door deze onuitstaanbare vrouw, die zich ook nog eens haar 'echte moeder' noemt. De rolwisseling van De Both is fascinerend. De twee verschillende karakters brengt ze moeiteloos.
Deze voorstelling is meer dan bewerkte film. Het is een zelfstandig toneelstuk met verrassende dramatische wendingen en een slot, dat ontroering wekt. Woody Allen houdt het overrompelende einde secuur verborgen, zodat de slag des te harder aankomt. Zelfmoord, ja, van de moeder, ja, maar de vraag blijft: wie is schuldig?
Kester Freriks
Financieel Dagblad, 20 januari 2007, Joris van der Meer
Europese Allen
Geslaagde toneelversie van sombere Allen
Binnen het oeuvre van filmmaker Woody Allen neemt Interiors (1978) een uitzonderlijke positie in. Als een van de weinige films waarin hij zelf niet meespeelt, is het een somber en beklemmend drama. De voor Allen zo kenmerkende humor is zelfs geheel afwezig. Interiors vertelt het verhaal van een gezin dat door de machinaties van een instabiele en neurotische moeder diep getraumatiseerd is geraakt. De zeer succesvolle binnenhuisarchitect Eve torent als een monument van slecht moederschap uit boven haar man Arthur en hun drie dochters: Renata, een succesvolle dichter, de stuurloze Joey en Flynn, een beginnend actrice. Eve is geobsedeerd door het creëren van rust en balans en beperkt haar palet tot witten, grijzen en ijsblauw. Kleur heeft ze uit haar leven gebannen, dat stoort maar. De buitenwereld stopt ze weg achter het glas van zonnebrillen, vensters en dichtgedraaide autoruiten. De verhoudingen in het gezin worden op scherp gezet als Arthur aankondigt te willen scheiden. Eve krijgt een zenuwinzinking en doet een zelfmoordpoging. Ze lijkt er weer bovenop te komen maar wanneer Arthur hertrouwt met de warmbloedige en kleurrijke Pearl verdrinkt ze zich in zee.
Interiors wordt wel een van Aliens 'Europese' films genoemd. De invloed van bijvoorbeeld de Noorse schilder Edward Munch en van het toneelstuk Drie zusters van de Russische Anton Tsjechov is inderdaad herkenbaar. Want ook de zusters van Woody Allen worstelen met de vraag hoe ze hun leven vorm moeten geven. En net als in Tsjechovs stuk symboliseert de verschuiving, tegen het slot, van binnen- naar buitenshuis de hoop op bevrijding van het verleden.
Het Maastrichtse gezelschap Het Vervolg speelt nu een toneelversie van Interiors in een regie van de jonge regisseuse Annelore Kodde. Tekende zij vorig seizoen enkel voor de vertaling en bewerking vanMighty Aphrodite (1995), éen van Aliens klassiekere komedies, nu voert zij zelf de regie over deze tweede Allen-enscenering van het gezelschap. Haar belangrijkste regiekeuze is meteen bij binnenkomst van de zaal zichtbaar. De toch al flinke speelvloer van het Maastrichtse Derlon Theater is gevuld met een al even enorme en opvallend kleurrijke verzameling stoelen en banken, op een paar na allemaal designklassiekers van na de Tweede Wereldoorlog. De verwijzing naar de titel en naar Eve's carrière als interieurarchitect zal niemand ontgaan.
Maar ook verplaatst het decor het verhaal op effectieve wijze vanuit de late jaren '70 naar het heden en duidt het de sociale klasse van de familie. De moderne designklassieker is immers een middel waarmee de huidige intellectuele klasse zich kan onderscheiden ten opzichte van de burgerlijke eigenaren van alledaagser meubelboulevardmeubilair. Het treffende toneelbeeld van Catharina Scholten is niet alleen betekenisvol maar ook praktisch. De vele stoelen en banken bieden de ogelijkheid tot snelle en dynamische scènewisselingen en lessen zo het probleem van de vele locaties binnen het verhaal op. De voorstelling volgt vrij nauwgezet het script van de film. Maar de Interiors van Kodde legt natuurlijk wel andere accenten dan de film. Zo is er meer aandacht voor de erwantschap tussen Renata, een uitstekende Bien de Moor, en haar moeder Eve, de soepel spelende en overtuigende Marie-Christine de Both. Beiden staan ze afwijzend tegenover fysiek contact. Beiden zijn ze bezeten door de kunsten en hun daarin verworven status. De vormovereenkomst tussen hun strakke, gebeeldhouwde mantelpakken — Eve in het 'ijsgrijs' met rok en Renata in het paars met broek — is opvallend en veelzeggend. Zelfs lichaamstaal wordt door deze personages gedeeld. Wanneer begrippen als dood en sterfelijkheid ter sprake komen, wrijven ze hun polsen tegen elkaar. Een gebaar dat zowel verwijst naar een methode tot zelfmoord als naar hun onvermogen om werkelijk en zelfstandig te handelen. De naam Renata, wedergeboren, krijgt hier tussen moeder en dochter haar voile betekenis.
Een tweede opvallende regiekeuze is het feit dat de regisseuse zowel Eve als haar rivale Pearl door Marie-Christine de Both laat spelen. Zo'n dubbelrol legt onwillekerig nadruk op de mogelijke verbanden tussen twee personages. Tot op zekere hoogte suggereert Kodde hiermee dat Eve en Pearl twee kanten van dezelfde vrouw zijn en zo creëert ze ook de mogelijkheid van sympathie voor Eve, hierin gesteund door de lichte ironie waarmee De Both haar vormgeeft. Maar de verwatering van Eve’s demonische karakter maakt vervolgens wel dat de dynamiek tussen alle personages onderling gaat schuiven. In het geval van Renata pakt dit goed uit, zij blijft haar moeders dochter. Maar met name voor de personages van Joey en Flynn betekent het dat hun problemen en gedrag hun oorsprong missen. Actrices Nina Deuss en Gerdy Niehof lijken dan ook moeite te hebben om hun spel voldoende motivatie en belang mee te geven. Hoe het ook zij, vermakelijk en onderhoudend is de voorstelling wel nu Kodde met oog voor detail zwaarte en mythologische proporties inwisselt voor humor en herkenbaarheid. •
Joris van der Meer.
de Volkskrant, maandag 15 januari 2007, Karin Veraart
Mams als een tiranniek spook en de dochters in stoelendans
Ze hebben het op 't eerste gezicht helemaal niet zo slecht getroffen, de drie gezusters. Maar de een is nog neurotischer dan de ander - en op het tweede gezicht is dat ook weer niet zo verbazingwekkend. Hun moeder, binnenhuisarchitect en perfectionistische control freak, is op zeker moment ingestort en sindsdien weinig stabiel; waarop pa het na enige tijd niet meer uithoudt en tot ontzetting van ma vertrekt. Daar kom je niet ongeschonden uit, zeker niet als je bent ontsproten aan het brein van Woody Allen, die rond 1978 zijn film Interiors maakte rond dit gegeven. Regisseur Annelore Kodde regisseert nu de theaterversie bij het Maastrichtse gezelschap Het Vervolg.
Allen het zich naar verluidt inspireren door onder anderen Anton Tsjechov en, ja, De drie zusters, waarom met. Ze wonen al in een grote stad - New York, uiteraard - waar alle dromen werkelijkheid zouden moeten kunnen worden, maar echt gebeurd is dat nog niet. Joey is het briljante kind dat als volwassene maar geen greep op haar leven krijgt, Renata de dichteres die ondanks een zeker succes verre van gelukkig is; en Flyn, de jongste, doet iets bij de film, maar dat lijkt niet van enig niveau.
Eigenlijk draait alles nog steeds om mams, en die is niet mis. Als een tiranniek spook beheerst ze de levens van haar dochters, wier partners weinig rest dan het met lede ogen aan te zien. Vader echter laat zich met meer vermurwen en verliest zich in een nieuwe liefde, met wie hij binnen een maand na kennismaking trouwt.
Lekker materiaal dat onder handen van Kodde tot een dito lopende voorstelling is geworden; huiselijk leed met lichtheid gebracht. Het decor, de speeltuin van binnenhuisarchitecte Eve, is een bizarre uitgebreide mix van (design-) stoelen en banken; teveel voor een eenvoudige stoelendans, die dochters plus aanhang niettemin hartstochtelijk inzetten. De mis-en-scene vervolgens is secuur uitgedacht en uitgewerkt.
Mooi acteerwerk van Marie-Christine de Both als de verstarde Eve en haar tegenpool Pearl (de nieuwe vrouw) en Bien de Moor als de nerveuze dichteres Renata, maken deze Interiors uiteindelijk tot een weliswaar niet wezenlijk verrassend maar niettemin vakkundig; gemaakt, aangenaam avondje toneel.
Karin Veraart
De Telegraaf, 19-1-2007, Marco Weijers
WERELD AAN SCHERVEN
Mooie dubbelrol Marie-Christine de Both in 'Interiors'
Nadat Het Vervolg vorig seizoen 'Mighty Aphrodite' van filmmaker Woody Allen bewerkte voor het toneel, waagt het Maastrichtse gezel-schap zich nu aan het eerste serieuze drama van zijn hand. In 'Interiors' (1978) draait alles om binnenhuisarchitecte Eve, een kille vrouw met een breekbare psyche. Zij kan zich slechts handhaven in een wereld die volledig conform haar eigen regels is ingericht. Een scheiding van haar man past niet in dat perfecte plaatje. Alleen wie naar Eve's pijpen danst, kan haar goedkeuring wegdragen. Zelfs haar drie volwassenen dochters kunnen niet rekenen op haar onvoor-waardelijke liefde. Of, zoals ze tegen de jongste zegt: ,,Ik kan onmogelijk van je houden, als je weigert me te helpen" - in dit geval bij het terugwinnen van haar man Arthur (Paul Hoes). Een kansloze missie, zeker als blijkt dat hij een nieuwe vriendin heeft die in alle opzichten de tegenpool is van Eve.
Glimlach
Marie-Christine de Both geeft beide vrouwen met schwung gestalte. Ze speelt Eve met een bevroren glimlach en ogen die vuur schieten. Wanneer Eve loopt, is elke pas afgemeten. Als Arthurs nieuwe liefde Pearl is De Both daarentegen warm, rechtdoorzee en extravert, op het ordinaire af. De actrice zet de twee totaal verschillende personages die zij speelt stevig aan, passend in de benadering van regisseur Annelore Kodde, die ook in de rest van haar inventieve toneelbewerking een bepaalde uitvergroting van situaties en emoties laat zien. Terwijl De Both haar mate van overdrijving zorgvuldig weet te doseren, kiest Kodde echter vaker voor al te grote regieingrepen in deze familietragedie. Het karakter van Eve werpt een slagschaduw over het leven van haar dochters, die ieder op hun eigen manier worstelen met hun dominante moeder en haar invloed op hun relaties. De conflicten die dat oplevert, worden door de regisseuse bij zonder expliciet gemaakt. Waar in Allens film een vlammende woordenwisseling volstaat, moet er bij Kodde bijvoorbeeld een halve verkrachting op volgen. Toch slaat de balans uiteindelijk positief uit. 'Interiors', gespeeld op een toneel vol designstoelen, is toegankelijk en levendig. Allens sterke dialogen dragen het stuk, terwijl naast De Both ook Paul Hoes (Arthur), Bien de Moor (dochter Renata) en Hans van Leip-sig (haar man Frederick) mooi evenwichtige rollen spelen. Nina Deuss (dochter Joey) en Gerdy Niehof (dochter Flyn) zouden uit hun optreden in deze voorstelling echter dezelfde lering kunnen trekken als de regisseuse: in sommige gevallen is minder gewoonweg meer.
Marco Weijers
Trouw, maandag 15 januari 2007, Hanny Alkema
Marie-Christine de Both steekt Geraldine Page naar de kroon
Aan de film 'Interiors' uit 1978 is af te zien hoezeer Woody Allen zich heeft laten inspireren door de Zweedse filmregisseur Ingmar Bergman. Het is een sterk psychologisch portret van een gezin vol gefrustreerde wezens, opgenomen in zachte pasteltinten. Alleen zonder de ironie en zijn gevoel voor het absurde in de samenleving van de Newyorkse elite, die zeker zijn latere werk zouden kenmerken.
Wellicht om dat absurde toch een plek te geven heeft regisseuse Annelore Kodde samen met vormgeefster Catharina Scholten voor een balorig tegenwicht van Allens omfloerste sfeer gekozen. Op een reclamefolder-vloer van trendy kopjes koffie staan talloze plastic stoeltjes in schreeuwende kleuren gegroepeerd als voor verschillende (film)locaties. Het is een en al disharmonie en dissonantie. Dat vloekt met een belangrijk element van 'Interiors': moeder Eve heeft als binnenhuisarchitecte juist altijd gepoogd woningen en leven van haar familie volmaakt vorm te geven.
In de voorstelling is het of het teloorgaan van dat streven op voorhand als een potsierlijk echec wordt neergezet. De onderhuidse tragiek ervan krijgt geen kans. Net zomin als die van de onmacht van de dochters om zich aan de dominantie van hun moeder te ontworstelen, of van de egocentrie waarin de personages zichzelf hebben vastgezet.
Tamelijk willekeurig laat Kodde de personages op sommige monologen reageren met overdreven houdingen en gebaren. Dat oogt eerder bot dan als een scherp commentaar. Mede daardoor lukt het de actrices niet van de dochters karakters te maken die interesse oproepen. Zelfs Nina Deuss en Bien de Moor blijven platte, zeurderige types.
Verder wordt er nogal wat met stoelen gesmeten, heeft Kodde een banale kibbelscene ingelast tussen de vader en zijn nieuwe vriendin en laat zij de versierpoging van een schoonzoon met schoonzus/soapster wel lukken. Zulke ingrepen maken het geheel onnodig trivialer dan het origineel. De motieven voor een toneelversie van 'Interiors' heb ik niet uit de voorstelling kunnen halen.
Maar dan is er Marie-Christine de Both als de zeer gedistingeerde Eve. Zoals zij als een ijskoningin de vloer opschrijdt en in de arrogante toon waarmee zij haar smaak aan de familie opdringt, net wat lucht laat doorklinken waardoor je onwillekeurig in de lach schiet, dat is groots. En daarmee steekt ze de bloedserieuze vertolking van Geraldine Page in de film naar de kroon. De Both is elegant en beheerst, maar legt in stem en gelaatsexpressie net die nuances, die zicht op Eve's onderdrukte gevoelens bieden. Hoe ongenaakbaar ook, haar Eve is menselijk.
De Both speelt een dubbelrol. Zij is tevens de nieuwe vriendin van Eves echtgenoot, een lekker ordinaire tegenpool. De Both transformeert moeiteloos en met vuur, maar haar koele Eve heeft toch mijn warme voorkeur. Zij draagt de voorstelling en dan neem je de wat minder gelukte rest maar voor lief.
Hanny Alkema
Dagblad de Limburger / Limburgs Dagblad, 17 januari 2007, Jos Prop
Gekunsteldheid drukt waarachtigheid weg in Interiors
De speelvloer lijkt wel een troonzaal, willekeurig volgepropt met tientallen stoelen in alle maten, kleuren, stijlen en soorten. Maar willekeurig zal die inrichting wel niet zijn, want Eve, de vrouw des huizes, is een klinisch koele, perfectionistische binnenhuisarchitect. Zij heeft haar omgeving en dus haar leven dichtgemetseld met de uiterlijke schoonheid van de goede smaak. De liefde die deze ijskoude wereld van warmte had moeten voorzien is in de vrieskast van haar leven blijven liggen. Vanaf het moment dat haar man Arthur zijn 'voorlopige' vertrek uit deze gevoelloze winterwereld meedeelt, wordt haar leven beheerst door het verlangen naar zijn terugkeer.
We volgen die lijdensweg tot en met de aankoop van een antiek kruisbeeld, dat het einde van haar lijden aankondigt op het moment dat de poort van haar hoop dichtvalt. Dat gebeurt wanneer Arthur trouwt met haar vrouwelijke tegenpool Pearl: een rondborstige, levenslustige flapuit, die de zon meer liefheeft dan de kunsten. Ons begrip voor deze keuze wordt overigens tegelijkertijd ondermijnd door het feit dat actrice Marie-Christine de Both beide vrouwenrollen speelt. Moeten we de inhoudelijke overwegingen voor die dubbelrol zoeken in Freudiaanse sferen? Of zijn de redenen daarvoor van louter pragmatische aard: minder spelers, minder loonkosten?
De drie volwassen, uithuizige dochters pogen zich, ieder op haar eigen manier, tot moeders ellende te verhouden. De enige die haar moeder oprecht tegemoet treedt en dus ook het hevigst onder haar onmogelijke verlangen te lijden heeft, is Joey. Haar eerlijke pijn staat haaks op het zelfzuchtige lijden van Eve. De paradox waarin ze haar bezorgdheid uit ('ik aanbid je omdat ik geen andere manier kon vinden om mijn haat voor jou te verbergen!') heeft zich als een parelend aforisme in mijn geheugen genesteld.
Marie-Christine de Both geeft de rol van Eve de juiste mix van afstandelijkheid, uiterlijke hardheid en innerlijke verbittering en Paul Hoes is een innemende, twijfelende Arthur. Ook de overige acteurs staan sterk te acteren. Toch kan de voorstelling mij - op een enkel moment na -niet echt boeien, aan het denken zetten, of raken. Ik zit erbij en ik kijk ernaar. Het is alsof de vormgeving - waarbij zelfs ieder personage een eigen (kostuum) kleur heeft - de inhoud van de acteurs afpakt, alsof de gekunsteldheid de waarachtigheid wegdrukt. Het is alsof de vraag die de oudste dochter Renata in het stuk formuleert, niet beantwoord wordt. Als dichteres vraagt zij zich in alle oprechtheid af wat ze wil creëren, met welk doel en wat ze ermee wil bereiken.
Jos Prop
L1 Radio, 17 januari 2007, Lucia Geurts
Transparante abstracte regie van Woody Allens familietragedie over een high brow, middel class gezin in New York, dat kunst en intellectueel debat beter aan kan dan gevoelens en relaties.
Verhaal: de afstandelijke, dominante moeder Eve denkt alles onder controle te hebben: haar man, drie dochters, huis en sociaal leven: alles kneedt zij naar haar eigen beeld van de volmaakte schoonheid en intelligentie. Dat dat spaak gaat lopen behoeft geen betoog. Zulke hoog gespannen verwachtingen moeten leiden tot rampspoed. Als Eve de controle verliest, komt ze herhaaldelijk in een psychiatrisch ziekenhuis terecht. Haar dochters lopen vast in zichzelf en in hun ingewikkelde en veeleisende relatie tot hun moeder. We komen op bezoek bij de familie als echtgenoot/vader Arthur besluit “een tijdje” weg te gaan.
Toneelbeeld: functioneel. Fascinerend: de enorme speelvloer is helemaal glanzend strak bekleed met blauwwitte koffiemelketiketten. Daarop een compositie van design meubelen, voornamelijk stoelen. Mooie verwijzing naar de “stoelendans” die Kodde in haar stuk wil laten zien. Vormt tevens de basis voor een sterke choreografie van de spelers, die afwisselend het middelpunt vormen terwijl de focus tegelijkertijd altijd gericht blijft op moeder Eve.
Subliem spel van Marie-Christine de Both als Eve en haar tegenpool Pearl, de aardse nieuwe vriendin van Arthur. Alle lagen worden zichtbaar in beide rollen. Alleen Bien de Moor als dochter Renata weet haar bij vlagen te evenaren. De rest doet zijn best. Jammer is het te krampachtige en te potsierlijke spel van Gerdy Niehof. Zij speelt Flyn, de jongste dochter, die aan de zijkant lijkt te staan; lastig personage om te spelen. Niehof mist elke nuance die haar rol schrijnend en overtuigend kan maken.
Lucia Geurts
Theatercentraal.nl, 19 januari 2007, Annet Bremen
Een diep decor wordt bevolkt met diverse stoelen en banken in een veelvoud van vormen en kleuren. Hip, oud, plastic, rond, hout, vierkant… Iedere plek wordt uitgeprobeerd, maar niks zit lekker; menig zitmeubel wordt omver gesmeten.
Annelore Kodde (regie) en Catharina Scholten (decor) kozen voor een zeer functionele vormgeving die de inhoud van Woody Allen’s film ‘Interiors’ niet nodig zou hebben om het verhaal te vertellen. Een onderhoudende stoelendans met hier en daar een dip, maar met een krachtig einde.
Ze heeft haar mond vol van styling en design, van stoffen en lijsten en kleuren die moeten ‘matchen’. In de wereld van binnenhuisarchitecte Eve past alles bij elkaar. Met een scherp oog voor interieur probeert ze ook greep te houden op haar leven, haar man Arthur en hun drie volwassen dochters Renata, Joey en Flyn. Maar op het moment dat Arthur aankondigt ‘tijdelijk’ te scheiden, blijkt alle perfectie slechts schijn. En dan komen pas de echte ‘interieurs’ tevoorschijn.
Renata (Bien de Moor) is de succesvolle dichteres en ontleedt haar hele familie in eerste instantie alsof ze er zelf geen deel van uitmaakt. Ze waant zich onder alle omstandigheden in perfecte beheersing. Ondertussen weet ze dat haar man de mislukte schrijver is en dat haar moeder op het punt van een zenuwinzinking staat, maar toch blijft ze ‘pleasen’ om zo grip te houden op de zaak.
En dat is eigenlijk iets wat alle personages kenmerkt. Iedereen is ‘goed gelukt’ in carrière en leven en complimenten vliegen over en weer. Maar, is het gemeend of slechts voor de vorm? Hun gesprekken bestaan uit hoogintellectueel gepraat waar ze hun succesvolle identiteit aan afmeten.
En daarin ligt de tragiek van het stuk; de scheiding legt de leegheid van hun pronkerige levens bloot. Dat thema is mooi uitgewerkt in de vormgeving: de zitmeubels passen totaal niet bij elkaar, net zoals in de levens van de personages niks past. Tegelijkertijd heeft ieder zijn eigen kleur kleding; ze zitten vast aan de positie, de plek die ze nu innemen, hoezeer die ook aan het wankelen slaat.
Alle rollen worden aardig ingevuld, maar de absolute topper is Marie-Christine de Both. Ze schrijdt stijfjes over het toneel, maar het is een schreien van binnen. Haar blik blijft strak en fel, maar fijnzinnig weet ze in haar mimiek en lichaamshouding te tonen hoe Eve’s zelfverzekerdheid en tevredenheid inkrimpt. Die bewondering groeit alleen maar wanneer ze ook de rol van Pearl op zich neemt, de ietwat ordinaire nieuwe vrouw van Arthur. Voorzien van bontjas, zonnebril en diamanten heeft ze al een heel ander voorkomen, maar in de zwierige en beweeglijke Pearl is geen Eve meer te bekennen.
De minpunten zitten in de spanningsopbouw: de voorstelling komt langzaam op gang, dialogen missen hier en daar kracht, woede-uitbarstingen blijven vlak en de complexiteit van gevoelens en verhoudingen wordt niet echt duidelijk.
Toch weet het einde dan weer te raken: Eve die in alle rust de zee in loopt en alle blaaskaken achterlaat. Ze wint sympathie door het ontspringen van de stoelendans.
Annet Bremen
|