Theatergroep Het Vervolg
Theatergroep Het Vervolg
Welkom Voorstellingen Derlon Theater Gezelschap Kaartverkoop Educatie Gastenboek Techniek Links

Theatergroep Het Vervolg

 

Randprogramma
Sponsors         
Voorstellingen

ALLE VOORSTELLINGEN UITVERKOCHT!

Petrus Regout
Een muzikale theatervoorstelling over een geroemd en verguisd industrieel


NAR:

uit klei komen wij voort

en tot klei keren wij weder

maar in de tussentijd doen wij zoveel stof opwaaien

dat die bij ons verscheiden nog niet is neergedaald

en neergedaald is alle stof nog niet bij u, Monzijnzeur Regout



Petrus Regout. Zoon van een Maastrichtse koopman van glas- en aardewerk. Oprichter van de Sphinx fabrieken in 1836 in Maastricht, gemeenteraadslid en lid van de Eerste Kamer der Staten Generaal. Pionier en ondernemer in hart en nieren.

Hij ligt op zijn sterfbed terwijl zijn vrouw en zonen waken. Hij is ervan overtuigd dat hij het beste heeft gewild en gedaan voor iedereen. Overtuigd dat hij Maastricht als eerste industriestad van het land betekenis heeft gegeven en dat zijn fabrieken het paradijs op aarde zijn voor de arbeiders. Verontwaardigd dat hij als ‘heer van Vaeshartelt’ niet in de adelstand is verheven. In de veronderstelling dat zijn naamgenoot Petrus hem bij de hemelpoort zal opwachten, ontmoet hij een nar. Die confronteert hem met zichzelf en met personen die een cruciale rol speelden in zijn leven. De nar daagt hem uit verantwoording af te leggen en de balans op te maken.
Petrus Regout. In vele opzichten de juiste man op de juiste plek in de juiste tijd, met zijn standbeeld in de Boschstraat tot gevolg. Nooit eerder had iemand zo veel betekenis voor Maastricht en de ontwikkeling van Limburg. Nooit eerder is iemand zo verguisd en onbegrepen gebleven als hij.

Locatie: De oude Sphinx Fabriek
Petrus Regout wordt gespeeld in een karakteristieke hal van de oude Sphinx fabriek aan de Maagdendries in Maastricht. Een laatste mogelijkheid om deze oude fabriek met een bewogen verleden van binnen te zien. Na de voorstelling wordt verder gewerkt aan de ontmanteling van het Sphinx terrein en wordt onder de naam Belvédère een nieuwe invullen gegeven aan dit deel van de stad.

Tekst
Speciaal voor Het Vervolg en Theater aan het Vrijthof schreef toneelauteur Erik-Ward Geerlings het toneelstuk ‘Petrus Regout’. Inspiratiebronnen bij dit schrijven waren historische feiten met betrekking tot de familie Regout, de Sphinx fabriek en het Maastricht uit de 19e eeuw en tekstmateriaal als de Parlementaire Enquête uit 1887 over de arbeidsomstandigheden in de Sphinx fabriek. Geerlings heeft inmiddels zijn sporen verdiend met het schrijven van toneelstukken over beroemdheden uit de negentiende en de eerste helft van de twintigste eeuw, waaronder Bertolt Brecht, August Strindberg, Nietzsche & Wagner en Freud & Jung.

Regie, muziek & dans
De regie van Petrus Regout is in handen van Hans Trentelman, artistiek directeur van Het Vervolg. Hij regisseerde eerder onder meer locatievoorstellingen als Les Liaisons Dangereuses, Koningsmoord, Grieks en Monument voor mijn vader. Nard Reijnders is componist en musicus, samen met muzikanten en koorzangers vormt hij een belangrijk onderdeel van deze productie. Ineke Wolters verzorgt de choreografie en danst samen met dansers van de Fontys Dansacademie in Tilburg.

Petrus Regout is een coproductie van Theatergroep Het Vervolg en Theater aan het Vrijthof.

    

tekst: Erik-Ward Geerlings
regie:
Hans Trentelman
regie-assistent:
Lonneke van Heugten
spel:
Hans van Leipsig (als Petrus Regout), Mieneke Bakker, Rob van Gestel,
Ferdi Stofmeel en Bram de Win

dans en choreografie:
Ineke Wolters
dansers: Annoushka Claasens, Lieve Lamerichs
muziek:
Nard Reijnders
muzikanten: Corné Gilissen, Jan Jongen, Nol Lipsch, Jeroen Redemakers, Peter Stals, Jasper Vliex
zang: Senne Peters
decorontwerp: Maartje Aben, Mariska van Dijk*
lichtontwerp: Jan-Harm Wagner
kostuumontwerp: Jorine van Beek

Meer over de medewerkers van Regout:
Maartje Aben  is in 2004 afgestuurd aan de kunstacademie Maastricht en won in dat jaar de Academieprijs. Sindsdien heeft ze vooral gewerkt als assistent decorontwerp van Herbert Janse bij gezelschappen en tentoonstellingen. Petrus Regout is voor haar de eerste grote productie waarvoor ze zelf het decorontwerp maakt.

Mieneke Bakker werkt als actrice bij Theatergroep Het Vervolg. Ze speelde in vele producties waaronder Eva Bonheur, Berlin Alexanderplatz en De Avonden. Dit seizoen was ze eerder te zien in Abigail’s Party. Volgend seizoen is ze te zien in de tournee productie King Lear.

Jorine van Beek is in 2006 bij de Academie voor Beeldende Kunsten Maastricht in de
richting theater- en kostuumvormgeving afgestudeerd. Ze heeft tijdens en na haar studie gewerkt bij het Theater in Osnabruck (Duitsland) en Het Laagland in Sittard. Tevens heeft ze als assistent van Dorien de Jong gewerkt bij het Nationale Toneel en Oostpool.

Annoushka Claasens is vierdejaars dansdocent aan de Fontys dansacademie Tilburg. Ze geeft les bij het Centrum voor de Kunsten in Eindhoven, tevens begeleid ze daar een jong dansgezelschap. Petrus Regout is haar eerste grote productie als danseres.

Erik-Ward Geerlings heeft zijn sporen verdiend met het schrijven van toneelstukken over beroemdheden uit de negentiende en begin twintigste eeuw, waaronder Bertolt Brecht, August Strindberg, Nietschze & Wagner en Freud & Jung.

Rob van Gestel heeft een tweesporige carrière. Enerzijds buitentheater op o.a. De Parade en Boulevard of Broken Dreams. Anderzijds speelde hij bij verschillende gezelschappen zoals Het Nationaal Toneel en Het Kruis van Bourgondië. Bij Het Vervolg speelde hij onder andere eerder in Romeo en Jullia en Van Muizen en Mensen.

Lonneke van Heugten studeerde Cultuurwetenschappen aan de Universiteit Maastricht. Tijdens haar studie liep ze stage bij Festival Cement. Vervolgens heeft ze bij het Laagland gewerkt als assistent projectleider bij Zomerzone 2006 en als productieleider bij het Huis van Bourgondië.

Lieve Lamerichs is vierdejaars studente danstheater uitvoerend aan de Dansacademie Tilburg. Tijdens haar studie heeft ze in verschillende dansvoorstellingen gedanst. Ze heeft meegedaan aan een dansuitwisselingsproject in Kenia. Petrus Regout is haar eerste toneelstuk.

Hans van Leipsig is als acteur verbonden aan Theatergroep Het Vervolg. Hij was eerder te zien in onder andere De Avonden, Tramlijn Begeerte en Abigail’s Party. Hans speelde de rol van rechercheur Joep Vergeer in de televisieserie Ernstige Delicten. Volgend seizoen zal Hans te zien zijn in  King Lear.

Nard Reijnders gaf in 1975 kleur aan de Nederlandse hitparade met het lied “Ik ben blij dat ik je niet vergeten ben”. Hij componeerde honderden composities en arrangementen voor o.a. Balletten, filmmuziek, de Kast, Herman van Veen,  Rowwen Hèze en Jack Poels.

Ferdi Stofmeel is vorig jaar afgestudeerd aan deTtoneelacademie Maastricht. Tijdens zijn studie speelde hij in stukken van o.a. De Theatercompagnie, Het Zuidelijk Toneel en Het Toneel Speelt. Bij Het Vervolg was hij te zien in Norway Today en Gras. Dit seizoen was hij te zien in de reprise Alexander van Het Toneel Speelt

Hans Trentelman is  artistiek directeur van Het Vervolg. Hij regisseerde eerder onder meer locatievoorstellingen als Les Liaisons Dangereuses, Koningsmoord en Monument voor mijn vader. Dit seizoen regisseerde hij tevens Abigail’s Party en speelde hij de titelrol in Biedermann en de Brandstichters.

Jan-Harm Wagner is freelance lichtontwerper. Bij Theatergroep Het Vervolg werkte hij eerder mee aan De Vliegende Hollander. Hij ontwierp dit seizoen het licht voor o.a. Phaedra’s Love van het Nationaal Toneel.

Bram de Win is derdejaars student aan de acteursopleiding van de Toneelacademie Maastricht. Dit seizoen was hij eerder te zien bij Het Zuidelijk Toneel en De Roovers. Hij is artistiek leider van zijn eigen groep Sterk Water! Volgend seizoen zal hij bij Het Vervolg mee spelen in King Lear.

Ineke Wolters is vorig jaar in juli afgestudeerd aan de Dansacademie Tilburg in de richting danstheater uitvoerend. Ze heeft in de productie Fiets van theatergezelschap Drieons gedanst. Ineke heeft de choreografie ontworpen voor verschillende kleine producties, Petrus Regout is haar eerste grote productie.

Speeldata in de voormalige Sfinxfabriek aan de Maagdendries Maastricht
alle voorstellingen zijn uitverkocht !
try-outs: di 29, wo 30 en do 31 mei 2007
avant-première:
vr 1 juni 2007
première:
za 2 juni 2007
voorstellingen:
di t/m za 30 juni 2007 (di t/m za)
aanvang:
20.30 uur
entreeprijzen: klik hier

    

(Foto's: Rikie Gorissen)

Een inktzwart imago
Petrus Regout (1801-1878) is de zoon van een Maastrichtse koopman van glas- en aardewerk. Na de dood van zijn vader moest Regout al op veertienjarige leeftijd zijn moeder in de zaak te helpen. In 1836 stichtte hij een aardewerkfabriek die tot grote bloei zou komen. Naast een veelzijdig en zeer actief ondernemer was Regout onder meer lid van de Eerste Kamer.
Na 1878 nemen zijn zonen het over. De oudste, die ook de naam Petrus droeg, werd berucht door zijn optreden voor de Enquêtecommissie, die in 1887 de arbeidsomstandigheden in de Nederlandse industrie onderzocht. De keiharde en cynische uitspraken van Petrus jr. over de arbeidsomstandigheden in zijn fabrieken schokten velen. Vader en zoon Regout zijn vaak met elkaar verward. Dit heeft bijgedragen tot de verguizing van Petrus Regout senior in de loop van de twintigste eeuw.
(Bron: Het Geheugen van Nederland)

    

De auteur Erik Ward Geerlings over het ontstaan en het schrijven van de voorstelling:

In principe is de historische werkelijkheid niet of nauwelijks te benaderen - en zeker niet in een toneelvoorstelling. Met een historische roman of documentaire film zou je wellicht ietsje dieper in de werkelijkheid van de 19e eeuw kunnen doordringen. Maar in het theater moet je op een andere manier tot een essentie komen.

Het stuk is geschreven in een 19e eeuwse kunsttaal, die verre van historisch is. Een toneeltaal die even ver van de realiteit van toen staat als wij vanuit onze huidige tijd. Die dichterlijke vrijheid had ik nodig om met een zekere distantie de historie concrete gestalte te kunnen geven. Op een theatrale en dus artificiële manier. In de monologen van het Pottemenneke ben ik het meest ver gegaan in de dichterlijke vermenging van de taal. Behalve een soort van Maastrichts kan men er ook nog wat Duitse en Rotterdamse verbasteringen in aantreffen.

Omdat ‘Petrus Regout’ over een algemeen bekende figuur handelt en op historische grond wordt opgevoerd, kon ik om een aantal algemeen bekende feiten en anekdotes niet heen. Om tot een synopsis te komen heb ik de belangrijkste historische bronnen tot mij genomen. Als tekstuele bronnen moeten genoemd moeten worden het verslag van de Parlementaire Enquête over arbeidsomstandigheden (1887), de roman ‘Het Bassin’ van Ad van Itterson, en enkele beschouwingen van de historici Wim Wennekes en Jac van den Boogard.

Uiteraard heb ik ook wat veldwerk gedaan. Zo ging ik op zoek naar het standbeeld van Regout, dat niet alle omwonenden wisten aan te wijzen. Zelfs mensen die bij de bushalte pal naast het beeld stonden, wisten van geen beeld of meenden dat het heel klein was of alleen het hoofd van Regout toonde. Om een beeld te krijgen van de omvang en de sfeer van Regout landgoederen heb ik de tuinen en paleizen bezocht en geprobeerd me een voorstelling te maken van het geweldige privé koninkrijkje van de oude industrieel. Een vergelijking met de op Groot Vaeshartelt te bezichtigen litho’s geeft een imponerende blik in het verleden.

Het hele stuk speelt zich af in het stervensuur van Pie, zoals Petrus Regout door vrienden en verwanten werd genoemd. Terwijl zijn vrouw en zonen op zijn dood wachten, meent hij zelf dat hij al gestorven is en op weg naar de hemel. Als oprecht Katholiek verwacht hij - omwille van zijn bijzondere prestaties - meteen toegang te krijgen tot het paradijs. Hij wordt echter geconfronteerd met onopgeloste angsten en verlangens uit zijn achterliggende leven. Hem bekruipt de twijfel of hij misschien toch naar de hel moet. De hel blijkt echter niet zozeer een ouderwets inferno te zijn met duivels en ijzeren tangen, maar de oven van zijn eigen porseleinfabriek, waar je ziek wordt als je er te lang verblijft.

De hel, dat is de ander, beweerde Sartre in zijn beroemde stuk. Mijn opvatting is dat de mens veeleer zelf zijn eigen hel creëert. Zeker als het op sterven aankomt. In het uur van je dood ontloop je de valkuilen niet, die je misschien je leven lang probeert te ontwijken.


Randprogramma:

Rondom Regout

De voorstelling Petrus Regout was in juni 2007 ook op televisie te volgen.
L1 maakte 8 korte filmpjes over dit onderwerp en gebruikte daarin veel beeldmateriaal
uit onze voorstelling. De serie werd gepreseteerd door Mieneke Bakker die in de voorstelling Gonneke speelde, de vrouw van Petrus Regout
Klik op de links om een de afleveringen te kunnen bekijken:


Aflevering 1 / Aflevering 2 / Aflevering 3 / Aflevering 4


Aflevering 5 / Aflevering 6 / Aflevering 7 / Aflevering 8
              

Zicht op Petrus Regout
Jac van den Boogard, regisseur van de culturele biografie Zicht op Maastricht, ontvangt u in Belvedère en geeft een lezing over Petrus Regout, de industrialisatie en huisvesting in de 19e eeuw én de parlementaire enquête over de arbeidsomstandigheden in de Regoutfabrieken. Na een korte pauze volgt een stadswandeling door het Boschstraatkwartier, waar de Sphinx fabriek staat, en waarin hij vertelt over alle bijzondere gebouwen in dit stadsdeel.

di 26, wo 27, vrij 29 en za 30 juni • aanvang di 26: 14.00 uuraanvang wo 27, vrij 29 en za 30 juni: 15.00 uurlocatie: Belvédère, Bassin 100, Maastrichtduur middagprogramma: ± 2½ uur
prijs p.p.:
€ 10,-deelname: max. 25 personen reserveren: 043 - 350 30 50 of hier.


Gratis Inleidingen
Annelore Kodde, dramaturg van de voorstelling Petrus Regout, plaatst de voorstelling Petrus Regout in een groter kader. U krijgt informatie over de voorstelling en de historische achtergrond, indien mogelijk in combinatie met een interview met de regisseur en/of een acteur.

do 31 mei en di 12 juni 2007 • aanvang: 19.15 uur locatie: Sphinx fabriek, Maagdendries 9, Maastricht toegang: gratisreserveren: 043 - 350 30 50 of Hier.


Rondleiding door Maastricht
In samenwerking met VVV Maastricht worden voorafgaand aan de voorstelling een viertal thematische rondwandelingen georganiseerd. Onder leiding van een deskundige gids bekijkt u het Boschstraatkwartier, het Bassin en de Sphinx in het licht van de 19e eeuwse geschiedenis van de stad.

wo 30 mei, di 5, za 16 en vr 22 juni • aanvang: 18.30 uur begin- en eindpunt rondleiding: Sphinx fabriek, Maagdendries 9, Maastricht duur rondleiding: ± 1½  uurprijs p.p.: € 4.- deelname max. 20 personenreserveren: 043 - 350 30 50 of Hier.


Exposities in de Expeditiehal
In de expeditiehal/ontvangstruimte zullen diverse exposities plaatsvinden. Er zullen onder meer foto’s van de Sphinx fabriek te zien zijn, gemaakt door Henk Houben, en tekeningen van de kostuumontwerpen gemaakt door Jorine van Beek. Ook zal materiaal van het Regionaal Historisch Centrum Limburg en Centre Céramique ten toon worden gesteld.



Uit de krant:

Dagblad de Limburger / Limburgs Dagblad, 4 juni, Jos Prop

Soberheid als kracht in Petrus Regout

In zijn stervensuur gat de puisant rijke industrieel Petrus Regout alvast op weg naar de hemel, in de vrome veronderstelling dat de poort voor hem automatisch zal openzwaaien. Maar de nar die dienst doet als poortwachter, confronteert hem eerst nog even met een paar gewetensvragen, want misschien hoort hij wel in de hel thuis. In flashbacks blikt de ongekroonde koning van de porseleinindustrie terug in de spiegel van zijn leven. Een leven dat gekenmerkt wordt door het vergaren van rijkdom en bezit, dus macht, dus status en waarin de liefde er karig van afkomt. Maar de ‘christelijke’ hel bestaat niet. De hel dat is de over in zijn fabriek, althans voor de arbeiders die noodgedwongen aan de drank moeten om de hitte ervan te blussen.

Ook andere postmortale verwachtingen worden naar hun aardse equivalenten vertaald. De engelen die om de nar heen glijden – want engelen die lopen niet, die zweven – blijken bij leven verleidelijke jonge journalistes. En heeft Regout de hemel misschien niet al op aarde geproefd, in zijn huizen als Franse kastelen? Dat alles is waar, maar wat de voorstelling vooral laat zien is dat het eenzaam is aan de top en dat een mensen op weg daarheen veel verliest.

Het script dat Erik-Ward Geerlings in een soort deftige kunsttaal schreef, houdt het documentairegehalte gelukkig buiten de deur ten faveure van de theatrale werkelijkheid. In de scènes waarin de tegenstelling tussen de weelderige wereld van de Regouts en het armoedige bestaan van de arbeiders het grootste is, werkt de dramatische spankracht optimaal, zoals in de sterke openingsscène. Op zulke momenten zorgt de locatie voor een indringende meerwaarde. Regisseur Trentelman heeft voor een sobere aanpak gekozen. Naast respect voor de tekst heeft hij alleen nog maar het noodzakelijke nodig. Hij heeft gezien dat dit verhaal in deze ruimte met minder méér wordt.

Het prima acteerwerk vertrekt vanuit hetzelfde uitgangspunt. Hans van Leipsig beziet als Petrus Regout zijn eigen leven met ingehouden vertwijfeling. Mieneke Bakker speelt de rol van Regouts echtgenote met een serene onderdanigheid waaronder een grote stille (en vaak opstandige) kracht schuilgaat. Bram de Win transformeert buitengewoon behendig van nar naar zoon Edouard en terug en Rob van Gestel weet de onmacht, de pijn en de opstandigheid van de arbeiders gevoelig in woorden te vangen. De muziek van het ensemble o.l.v. Nard Reijnders draagt niet alleen een Limburgse sfeer uit, maar zet ook krachtige strepen onder de dramatische handeling. Compliment ook voor Jorine van Beek, haar kostuums passen naadloos in dit concept dat wars is van overdaad.

Jos Prop

Volkskrant, 4 juni, Hein Janssen

Regouts leven in bloemrijke taal

MAASTRICHT Op de wekelijkse antiek- en rommelmarkt van Maastricht worden tegenwoordig flinke bedragen gevraagd voor een sauskom van Petrus Regout. Het typische roomwitte aardewerk, in sierlijke, maar toch ook vrij eenvoudige vorm, is nog altijd een felbegeerde prooi voor verzamelaars van oude serviezen. Over Petrus Regout, de oervader van dat Maastrichtse aardewerk, heeft theatergroep Het Vervolg in samenwerking met Theater aan het Vrijthof nu een voorstelling gemaakt.

Op locatie uiteraard, want waar anders kan dit verhaal beter tot leven worden gewekt dan in de oude Sfinxfabrieken. Regout (1801-1878) is immers de grondlegger van deze firma, waaraan een groot deel van Maastricht in de I9e eeuw zijn welvarendheid te danken had. Begonnen als handelaar in glas en aardewerk, start Regout in 1835 zelf met het fabriceren ervan. Aldus werd hij de eerste Nederlandse grootindustrieel, die op een bepaald moment een kwart van de bevolking van zijn stad van werk en (schamel) inkomen voorzag.
Regout werd een puissant rijke man met een gemankeerd gezinsleven. Van zijn vijf kinderen stierven er twee vroegtijdig. Zijn vrouw heeft hem altijd terzijde gestaan, maar van een oprechte liefde tussen beiden was nauwelijks sprake. Hij bewoog zich in de hoogste kringen, kon zelfs koning Willem II tot zijn intimi rekenen. Maar hij voelde zich ook altijd miskend - zo is hij tot zijn eigen teleurstelling nooit in de adelstand verheven.

Een rijk en bewogen leven derhalve, waarover Erik-Ward Geerlings een prachtige toneeltekst schreef. Met enigszins archaïsch taalgebruik schreef hij met Petrus Regout literair theater dat verslag doet van een meeslepend leven. Al eerder toonde Geerlings zich daarin een meester: in toneelstukken waarin leven en betekenis van bekende personen (Brecht, Strindberg, Nietzsche, Wagner, Freud) tot een intiem en herkenbaar drama worden teruggebracht.

In regie van Hans Trentelman heeft Het Vervolg een mooie, afgewogen voorstelling van zijn stuk gemaakt. De oude Sfinxfabriek is een fraai overblijfsel van de vroeg industriële tijd, de leegte ervan wordt benadrukt door de kisten vol gebroken aardewerk aan de zijkant. Meer is er niet nodig, behalve dan het doodsbed waarin Regout ligt, en waarmee de voorstelling begint. Dit theatrale levensverhaal wordt namelijk verteld vanaf het moment dat de dood bijna toeslaat en Regouts vrouw en twee zonen, die het bedrijf moeten gaan leiden, ongedurig aan zijn bed staan.
Een stemmig blaasorkesten drie danseressen zijn de enige opsmuk die Trentelman in zijn voorstelling heeft toegelaten. Die sereniteit is terecht omdat de taal op zich al zo bloemrijk is, en de acteurs er goed raad mee weten. Vooral Mieneke Bakker als de echtgenote Regout maakt grote indruk met haar schitterende tekstbehandeling en gepaste inleving. Hans van Leipsig speelt de rol van Regout bekwaam en oprecht, maar ook tamelijk timide. Iets meer karakterspel en, ja, zelfs pathos zou op zijn plaats zijn geweest. Merkwaardig is wel dat de jonge Vlaamse acteur Bram de Win zowel zoon Edouard als de nar speelt. Ondanks dat hij zich goed van deze taak kwijt blijft de vraag: waarom deze dubbelrol? Had daar nou niet een speler extra bij gekund? Maar juist met deze locatieproductie bewijst Het Vervolg zijn bestaansrecht als regionaal toneelgezelschap.

Hein Janssen

Telegraaf, 5 juni 2007, Marco Weijers

Geboeid door Pottenkoning

Te zwaar om op te stijgen, te licht om neer te dalen. Als het keramisch fijn stof in de door hem opgerichte Sphinx-f abrieken blijft Petrus Regout zweven op het randje van de dood. De Maastrichtse grootindustrieel - ook wel spottend 3e 'pottekeuning' genoemd -verwachtte dat zijn naamgenoot aan de hemelpoort hem enthousiast zou ontvangen. Theatergroep Het Vervolg heeft iets anders voor hem in petto.

De oude Sphinx-fabriek in het hart van Maastricht is de speelplek van 'Petrus Regout', geschreven door Erik-Ward GeerHngs, Deze toneelauteur liet eerder al zijn licht schijnen over beroemde doden als Brecht, Nietzsche, Wagner en Freud. In semi-ouderwetse en soms wat al te gekunstelde bewoordingen brengt hij nu de wereld van Petrus Regout (1801-1878) opnieuw tot leven. Een doorkijkje naar een kantoor in de nok van de fabriekshal gunt de bezoekers daarbij een eerste blik op het sterfbed van deze devote katholiek en doorgewinterde kapitalist.
Acteur Hans van Leipsig speelt de 19e-eeuwse ondernemer met passende ijdelheid en arrogantie. Hij is trots op zijn levenswerk: niet alleen stampte hij een industrieel complex voor glas en aardewerk uit de grond, ook stond hij aan de wieg van een spijker-, een ge weer- en een glasfabriek. Zijn arbeiders in dienst woonden in (duurbetaalde) huizen die hij had laten bouwen, terwijl Regout de koning en de paus tot zijn vrienden rekende en zelf schatrijk werd.
Dat succesverhaal had ook een schaduwzijde- schrijver Erik-Ward Geerlings putte 'Uit een Parlementaire Enquête uit 1887 om een beeld te kunnen geven van de deerniswekkende arbeidsomstandigheden in die tijd. Gesmoord door de hitte van de ovens en met kapotte longen van het stof werkten arbeiders - kinderen soms nog -zich letterlijk dood in de fabrieken van Petrus Regout. Reden waarom hij door velen werd verguisd.

Op de drempel van het hiernamaals moet de pottenkoning in dit stuk rekenschap afleggen. Vooral aan zichzelf, kijkend in de spiegel van zijn leven. Een universeel thema, dat deze voorstelling enigszins losweekt van zijn historische context. Regisseur Hans Trentelman maakt hierbij mooi gebruik van de immense fabrieksruimte die vooral leeg en donker is, op wat kratten met keramiek na en een schuif deur die toegang geeft tot een hels brullende porseleinoven. Hij creëerde een schemerwereld waar drie danseressen in het wit rondcirkelen, op muziek van Nard Reijnders en prachtig uitgelicht door Jan-Harm Wagner. Engelen lijken het, maar langzaam worden zij aardser en aardser.
Rob van Gestel geeft indringend gestalte aan een afgebeulde arbeider die aan vlijt ten onder gaat, Mieneke Bakker is als de vrouw van Regout gracieus en ongenaakbaar, Ferdi Stofmeel is als oudste zoon met louter winstoogmerk de vleesgeworden kilheid. Bram de Win - die heel geloofwaardig een dubbelrol met een dubbele bodem speelt - toont als zijn jongere broer meer hart voor mensen. Tegenpolen zijn deze jongens en toch blijken ze uiteindelijk allebei wel wat weg te hebben van hun vader in deze sfeervolle en boeiende locatievoorstelling.

Marco Weijers

NRC, 5 juni, Henk van Gelder

Een weifelende Petrus Regout

„Nooit is het voldoende, half Maastricht hebt u verspijkerd, een kwart eet uit uw hand", werpt mevrouw Regout haar echtgenoot voor de voeten. „De andere drie kwarten niet", antwoordt hij kalm. „Het staat eenieder vrij - zo net als ik op eigen kracht en tegen alle stroming in - dit alles te vergaren..."

Meer heeft Petrus Regout, de grote Maastrichtse aardewerkfabrikant uit de negentiende eeuw, er niet over te zeggen. Waarom zou hij zich nog verder verdedigen? Hij is toch altijd een goed ondernemer, een goed werkgever, een goede huisvader, een goed katholiek en een goed dienaar des Konings geweest?
Petrus Regout, door Erik Ward Geerlings geschreven voor de Maastrichtse toneelgroep Het Vervolg, plaatst de stervende industrieel (1801-1878) in een wachtruimte tussen Hemel en Hel, waar hij niet door zijn naamgenoot Petrus te woord wordt gestaan, maar door een faun-achtige spotgeest. Die roept telkens scènes uit 's mans leven op en laat zelfs zien hoe er na zijn dood tegen hem zal worden aangekeken, ongeveer zoals het Scrooge verging in A Christmas Carol. Maar verder gaat die vergelijking niet.

Geerlings heeft zijn stuk in een zelfgemaakt soort negentiende-eeuwse taal geschreven, die afstand schept en sommige acteurs aanzet tot een nogal vlakke declamatietoon. Terwijl de mise-en-scène van regisseur Hans Trentelman weliswaar prachtig is, maar evenmin de dilemma's in de Regout-geschiedenis op de voorgrond zet. De voorstelling wordt gespeeld in een hal van Regouts eigen Sphinx-fabriek in het centrum van Maastricht, die binnenkort wordt gesloopt. Dat geeft veel bijzondere mogelijkheden die Het Vervolg volop benut.
De publiekstribune biedt uitzicht op een bijna onafzienbaar brede speelvloer, met een baksteenmuur als achtergrond. De spelers en de stille danseressen die sierlijk en angeliek door de handeling heen schuiven, schrijden geregeld van heel ver naar ons toe - als witte vlekjes in het donker, die steeds dichterbij komen. En de muzikanten, die Nard Reijnders' mooie muziek onder de teksten leggen, kunnen desgewenst ook als blaaskapel een kleine optocht vormen. Dat ziet er allemaal schitterend uit. De esthetiek levert beeldschone taferelen op, en bovendien wordt de fabrieksgalm uitgeschakeld door de voortreffelijke geluidstechniek.

Maar de vraag blijft wat ons nu werkelijk van Petrus Regout zal bij blijven en wat we van hem moeten vinden. Hans van Leipsig laat in de hoofdrol een nogal weifelende man zien, die niet echt lijkt te stroken met de verlichte potentaat uit de geschiedenisboekjes. Deze Regout doet af en toe wel alsof hij een daadkrachtig man is, maar erg overtuigend kan ik hem niet vinden.
Ik weet niet zeker of hij alles wel zo zeker weet. Dat past als hem een plaats in de Hemel lijkt te zullen ontgaan, maar niet in de scènes uit zijn leven en werken.

Henk van Gelder

TheaterCentraal.nl, 8 juni, Annet Bremen

Sober en waardig eerherstel voor Petrus Regout

Er is geen straat of steeg in Maastricht naar hem vernoemd. Een standbeeld is er wel, maar menigeen weet niet waar het staat of hoe het eruit ziet. Petrus Regout: toch de eerste grootindustrieel van Nederland, die met zijn Sphinx fabrieken zorgde voor wolken van welvarendheid boven Maastricht. Theatergroep Het Vervolg zet deze beroemde en beruchte figuur opnieuw op de kaart met een indrukwekkende muzikale theatervoorstelling in zijn eigen fabriek.

Achter hoge, verlichte ramen staan vier figuren rondom het sterfbed van de ‘pottekeuning’ en prevelen het Onze Vader. Daarboven rouwen zijn vrouw en zijn zonen, maar beneden gooit een arme arbeider baldadig stenen tegen de muur, scheldend op die rottige tiran van een Regout. En daar ligt gelijk de kiem: een geliefd pionier, maar tegelijk verguisd door de ‘pottemennekes’ die zich doodwerken voor een mager loon. Die twee beelden wringen, en daarmee wordt hij dan ook geconfronteerd. Niet Petrus staat klaar bij de hemelpoort om hem te ontvangen, maar een nar wacht hem op en dwingt hem de balans van zijn leven op te maken.
Terwijl dreigende muziek klinkt, schuift de nar luid een grote, ijzeren poort open waar oranje licht en grote rookpluimen uitkomen: het is de oven van zijn eigen porseleinfabriek waar menige arbeider gestorven is. De nar blijft hem confronteren met allerlei voorvallen. Getoond wordt hoe zijn zonen ruziën bij zijn sterfbed, maar ook momenten uit zijn achterliggende leven komen voorbij: hoe hij driftig Wedgewood wil overtreffen, hoe hij vit op zijn arbeiders, hoe blij hij wordt van borden zonder ‘pukkelkes’.
Schrijver Erik-Ward Geerlings heeft op die manier een spannend stuk geschreven dat een geloofwaardig en genuanceerd mensbeeld schetst van een man die slechts erkenning wenst. Hans van Leipsig weet als Regout die schakering uitstekend in zijn spel door te voeren. Met rechte rug stapt hij rond, zelfingenomen en waardig, maar langzaamaan wordt zijn mond kleiner, zijn houding kwetsbaarder. Ook de andere rollen worden sterk ingevuld: Mieneke Bakker zet een elegante en gedienstige echtgenote neer en Bram de Win switcht moeiteloos van de ziekelijke zoon Edouard naar de sarrende nar. Ook Rob van Gestel weet als ongeschoren en kreupel ‘pottemenneke’ op een spannende manier over zijn lot te vertellen.
Het spelen van dit stuk over de ‘God van Maastricht’ op zijn eigen heilige grond is een mooi gebaar, maar dat niet alleen. De personages, bijna allemaal in witte kledij, verzinken bijna in de immense grootte van deze lege en donkere hal en dat toont de kleinheid van de mens ten top. Hun schaduwen groeien murenhoog in deze ruimte, maar wanneer ze daadwerkelijk zelf tevoorschijn komen, stellen ze niks voor. Als vanzelf doet de historische locatie denken aan de mensen die hier de hitte van de ovens tarten. Ook de taal dompelt de toeschouwer onder in de vorige eeuw. Geerlings heeft namelijk gekozen voor een negentiende-eeuws taalgebruik, al komt dat niet overal goed uit de verf: vaak klinkt het gekunsteld en onnatuurlijk.
Evengoed heeft het ook iets sprookjesachtigs, net zoals de drie witte engelen die als nimfjes ronddansen alsof ze zweven. De muziek geeft dan weer een werelds karakter aan de voorstelling: niet alleen geeft ze een dramatische spanning mee aan het stuk, maar zorgt ze ook voor die gemoedelijke Limburgse sfeer wanneer de muzikanten optreden als een ware fanfare. Die wisseling van werkelijkheid en magie heeft regisseur Hans Trentelman fraai uitgevoerd waardoor de spanning geen enkel moment verloren gaat.
Voor een betere afsluiting van het theaterseizoen had het Maastrichtse gezelschap niet kunnen zorgen. Trouw aan haar wortels vormt deze sobere en serene voorstelling niet alleen een eerbetoon aan Petrus Regout, maar ook aan zijn stad Maastricht en Limburg in het algemeen.

Annet Bremen www.theatercentraal.nl

Trouw, 11 juni, Hanny Alkema

Eerbetoon met stekels aan Limburgse 'Pottekeuning'

P. Regout&Co staat onder op mijn boerenbontontbijtbordjes. Je kunt zien welke het vaakst zijn afgewas-sen. Daar zijn de merkjes vervaagd. De grondlegger van de aardewerk-en kristalindustrie in Maastricht was er woedend over geweest. Net als over de noot waarmee zijn bedrijf, de Sphinx, in de encyclopedie wordt neergezet: 'berucht om de slechte arbeidsomstandigheden.'

Petrus Regout (1801-1878) was een perfectionist. Hij wilde de kwaliteit van het Wedgwood-aardewerk op zijn minst evenaren. Borden met 'pukkelkes' gooide hij zonder pardon voor de ogen van zijn onthutste arbeiders kapot. Dat heel wat van die loonslaven doodziek werden door de snikhete ovens zag hij niet. Wel no-digde hij alle (2000!) arbeiders uit op een jubileumfeestje thuis op een van zijn imposante landhuizen.
Vilein legt schrijver Erik-Ward Geerlings hem de woorden in de mond: „Ik droeg de liefde uit. In elk stuk aardewerk." Dat tekent Regout als een baas met hart voor de zaak, maar dan wel wat betreft het product en het persoonlijke aanzien. Tegen zijn vrouw zou hij nooit zeggen 'Ik hou van jou', maar hij verlangde wel dat ze hem snel een volgende zoon zou baren.

Het Vervolg, dat zelf sinds acht jaar huist in een bordenfabriek op het voormalige Sphinxterrein, was het aan zijn eer verplicht nog eens aandacht aan die voorgeschiedenis te schenken en in het bij zonder aan de centrale figuur daarin, de 'Pottekeuning'. Geerlings laat het stuk spelen in diens stervensuur.
Een sterfbed is een uitgekiend moment om de balans op te maken. Geerlings confronteert Regout met een alleswetende nar, die hem aan de hand van verschillende scènes uit zijn leven toont, dat zijn geheugen nogal eens hapert als het om de minder aangename kanten van zijn suc-ces gaat.
Verwijt zijn vrouw hem: 'Nooit is het voldoende. Half Maastricht hebt u verspijkerd, een kwart eet uit uw hand', zegt hij laconiek: 'De andere drie kwarten niet.' 'Petrus Regout' is, met andere woorden, een eerbetoon met stekels. Aan een grenzeloos ambitieuze Maastrichtenaar, de eerste grootindustrieel van ons land.

Geerlings heeft het stuk geschreven in een zelfverzonnen archaïsche kunsttaal, die mooi de vormelijkheid van de gegoede burgerij zet tegenover de rauwe directheid van het volk.
Hans Trentelman heeft het geheel wonderschoon geënsceneerd in de immense hal van een oude Sphinxfabriek die, heel toepasselijk, op punt van slopen staat. Vanuit de verte zweven danseressen als serafijnen de handeling binnen en blaast een stemmig sextet desgewenst de fanfare.
Te midden van dat al staat de Regout van Hans van Leipsig wat verdwaasd zijn eigen streken aan te zien, nogal eendimensionaal want zonder de allure van een echte patroon. Sterk is Mieneke Bakker als de trouwe echtgenote, die kritische kanttekeningen niet schuwt. Een vertolking - zonder stemverheffing, maar inwendig kokend - die een scherpzinnig lijntje trekt van het nu naar de verhoudingen toen. En daarmee 'Petrus Regout' op het bedoelde plan trekt.

Hanny Alkema


Zuiderlucht, mei 2007, Wido Smeets 

We zijn allemaal goudzoekers
Een interview met Hans Trentelman

Terwijl overdag de slopershamer zijn werk doet, beweegt ’s avonds Theatergroep Het Vervolg zich tussen de restanten van de Sphinxfabrieken in Maastricht. Regisseur Hans Trentelman over toneel op locatie over de verguisde 19e eeuwse industrieel Petrus Regout. “De kans om zo’n stuk op heilige grond te spelen, wilden we niet onbenut laten.”

Het is zo’n idee waar je jaren mee rondloopt, zo’n idee dat moet rijpen. Het is een Limburgs thema, en ook weer niet. Petrus Regout was misschien wel de grootste Maastrichtenaar die geleefd heeft. En als Maastrichtse theatergroep zoek je toch steeds naar thema’s uit het gebied waar je bent geworteld.
Ik ben altijd al gefascineerd door mensen als Regout, mensen die niet alleen een idee hebben, maar ook een vast voornemen om het uit te voeren. Regout wilde een industrieel imperium opbouwen, en dat is hem gelukt. Ondanks de tegenwerking in de stad.

Een vriend van me wees me op de Parlementaire Enquête van 1887, over de arbeidsomstandigheden in de nieuwe Amsterdamse, Tilburgse en Maastrichtse industrieën. Ik ben dat pak papier gaan lezen, die enquête geeft een waanzinnig goed beeld van hoe er toen geleefd en gewerkt werd. Het is woord voor woord opgetekend, het leest als een roman. Uit onze tijd kennen we de enquêtes over de Bijlmerramp, de IRT-affaire en de bouwfraude, dus je ziet het helemaal voor je hoe het toen is gegaan. Hoe de Regouts, de zonen van Petrus , voor de commissie verschenen. Hoe sommige ondervraagden niet alles durfden te zeggen. In die zin is er niet veel veranderd.

Wat ik niet wist is dat de werkgevers er tijdens die enquête zelf voor pleitten ziekte, arbeidsongeschiktheid en pensioenen door het parlement te laten regelen. Regout had een kas voor ziekte maar die heeft hij op een keer verdeeld onder het personeel. Door de enquête kwam ik erachter dat er in Maastricht niet eens een straatnaam naar hem is vernoemd. Dat hij jarenlang is verguisd als de man van de kinderarbeid. Een direct gevolg van die enquête, terwijl het zijn zoon, Petrus jr., was die daar het woord voerde. Toen Regout met zijn aardewerkfabrieken begon, was kinderarbeid heel normaal. Gek genoeg bestaat het nog steeds, in grote delen van de wereld.

Regout was een tragische held. Hij heeft een leven lang grote dingen nagestreefd en  veel van zijn idealen gerealiseerd. Wat hij uiteindelijk wilde, door zijn prestaties worden verheven in de adelstand, is hem echter niet gelukt.

Dat is iets van alle tijden, mensen die op zoek zijn naar  erkenning. Ik herken dat,  maar hoe het precies zit, daar krijg ik bij mezelf geen helderheid over. We zijn als goudzoekers die blijven volharden, ze houden het vol in de hoop dat ze ooit die ene goudklomp zullen vinden. Bij mij als regisseur werkt het ook zo: je wil één keer een parel maken. En dan nóg een, en nóg een. Het is een soort verslaving. Het draait allemaal om aanzien. Om erkenning, ook bij de vrouwen - ik denk dat mannen dat te weinig van zichzelf durven toegeven. Het is in kunst als in de natuur. Waarom zingen de vogels voor elkaar? Waarom staan we ons uit te sloven met een gitaar onder een balkon? Omdat we elkaar willen verleiden tot het maken van mooie dingen. In zijn toneelstuk ‘De koningsmoord’ van Pier Paolo Pasolini wordt de zoon vermoord door de vader – een omgekeerde Oidipous dus. De vader wordt wakker met het besef dat zijn zoon het ooit van hem zal overnemen. Dat niet hij, maar zijn zoon dan aan de touwtjes trekt, de vrouwen versiert. Hij kan het niet verkroppen.

Het gaat altijd om winnen, om macht, het is nooit genoeg. Vroeger beconcurreerden dorpen elkaar met de hoogste kerktoren, nu zijn het de banken die wedijveren met hun protserige hoofdkantoren. Het is een bizarre competitie. Je kunt het verklaren in termen van economie, maar het zijn ménsen die het doen. Die drive zie ik terug in Petrus Regout en tegelijkertijd in veel mensen om me heen.  Mensen met idealen. Of het nu kunstenaars zijn of ondernemers of politici, bij geen van allen heb ik het gevoel dat ze het in eerste instantie om het geld doen.

Twee, drie jaar geleden raakten we in gesprek met Sphinx, erfgenaam van het Regout-imperium, over een toneelstuk over Regout. Niet om een polemiek te beginnen; ik wil als theatermaker geen politiek bedrijven, maar processen zichtbaar maken. We wilden ook onderzoeken of ze een geschikte historische locatie hadden. Het zou raar zijn de kans om zo’n stuk op heilige grond te spelen onbenut te laten.

Het is een unieke mogelijkheid het publiek voor de laatste keer bijeen te brengen op de plek waar het allemaal begon. 

Maastricht was de eerste industriestad van Nederland. Dáárvoor was het een garnizoenstad, en dáárvoor een kloosterstad. Onvoorstelbaar hoeveel voormalige kloosters deze stad herbergt. Miljoenen pelgrims hebben in de loop der eeuwen Maastricht bezocht, ze vonden onderdak in die kloosters. 
Nu Sphinx en ENCI als laatste industrieën uit het stadsbeeld verdwijnen, bevindt  Maastricht zich opnieuw op een kantelpunt. De vraag is welke richting het zal uitgaan. Daar spelen bestuurders en stedenbouwkundigen een rol, maar vooral ondernemers – net als indertijd Regout. Hij heeft de stad gemaakt tot wat ze nu is. Belangrijke momenten uit zijn leven passeren de revue, zoals de conflicten met zijn zoons, de relatie met zijn vrouw en de ontmoeting met de engel des doods, tevens zijn minnares. Hier speelt een journaliste van de plaatselijke krant genaamd Louise een rol. Inderdaad, dezelfde Louise uit de roman ‘De citoyenne’ van Ad van Iterson.

Ook krijgt Regout een perspectivisch beeld van wat zijn zoons er na hem van terecht zouden brengen. Zij waren absoluut geen patron, zoals hun vader. In het stuk is Regout iemand die het servies van Wedgwood wilde overtreffen, een man die  verrukt reageerde als zijn personeel aardewerk zonder putjes en pukkels uit de oven haalden. Zijn zonen echter waren kille managers die werknemers zagen als kostenpost. Regout was ook een innovator die een stoommachine introduceerde in zijn bedrijf, en gasfabrieken wilde bouwen om de stad van verlichting te voorzien. Hij maakte zich druk over de bevaarbaarheid van de Maas, en de stijgende werkloosheid in Nederland. In die zin is dit stuk ook een postuum eerbetoon aan een man van wie de mensen te lang een verkeerd beeld hebben gehad.”  

Wido Smeets


Voor de pers:

Download hier het persbericht (wordbestand 38 kb)


klik op de foto om te downloaden (332 kb)
op de foto: Mieneke Bakker, Hans van Leipsig en Bram de Win
fotograaf: Rikie Gorissen


klik op de foto om te downloaden (334 kb)
op de foto: Rob van Gestel en Hans van Leipsig
fotograaf: Rikie Gorissen


Met heel veel dank aan de sponsors van de voorstelling Petrus Regout: